Zowel te hoge als te lage spanningen kunnen gevaarlijk zijn, maar ze vormen verschillende risico’s.

  1. Te hoge spanning (Hogere spanningen): Hogere spanningen, zoals die in hoogspanningsleidingen of grote industriële systemen, kunnen gevaarlijk zijn voor mensen. Blootstelling aan hoge spanning kan elektrische schokken veroorzaken, die op hun beurt ernstige verwondingen of zelfs dodelijke afloop kunnen hebben. Het risico op brand is ook groter bij hogere spanningen. Het is belangrijk om veiligheidsmaatregelen te nemen bij het omgaan met systemen met hoge spanning.
  2. Te lage spanning (Lagere spanningen): Lagere spanningen, zoals die in huishoudelijke stopcontacten, kunnen ook gevaarlijk zijn als er niet op een juiste manier mee wordt omgegaan. Elektrische apparaten zijn ontworpen om te werken binnen bepaalde spanningen, en het gebruik van verkeerde apparatuur of beschadigde kabels kan leiden tot oververhitting, brand of andere veiligheidsrisico’s.

Het belangrijkste is om veiligheidsmaatregelen te nemen, ongeacht de spanning:

  • Zorg voor een goede isolatie en bescherming van bedrading.
  • Gebruik elektrische apparaten volgens de voorschriften en specificaties.
  • Vermijd blootstelling aan open stroomcircuits.
  • Gebruik de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals geïsoleerd gereedschap, bij het werken met elektriciteit.

Hoogspanning is doorgaans gevaarlijker voor het menselijk lichaam, maar lagere spanningen kunnen nog steeds ernstige risico’s met zich meebrengen als er niet voorzichtig mee wordt omgegaan. Het is van cruciaal belang om elektrische veiligheidsrichtlijnen te volgen en de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen om elektrische gevaren te minimaliseren.